Accumulator laadproblemen

Er zijn twee verschillende oplaadmethodes

1. De manuele oplading

Men zal het percentage oplading regelen naargelang het seizoen met de oplaadregelknop rechts bovenaan op de accumulator met de posities  0 - 1 – 2 – 3.

Positie 0 = voeding voor het opladen = uitgeschakeld.

Positie 1 = men zal de accumulator voor 1/3 van zijn capaciteit opladen.

Eventuele fouten:

Accumulator laadt niet of niet genoeg op.

Komt de nachtvoeding wel toe tot op de nachtweerstanden en dit via de contacten van de oplaadthermostaat?

  • De nachtweerstanden controleren ( onderbroken ?)

Accumulator laadt veel te veel op,  zelf op positie 1 of  2.

Dit zou erop wijzen dat de contacten van de oplaadthermostaat niet op tijd opengaan of blijven plakken.

  • In dit geval moet de oplaadthermostaat zo vlug mogelijk vervangen worden

 

2. De automatische oplading met een EAC 4 en met buitenvoeler

Zet de oplaadregelknop van de accumulator steeds op positie 3.

Waarom : indien de oplaadregelaar EAC 4 de kachel informeert dat hij een klein beetje moet opladen, is dat kleine beetje niets meer op positie 1 of 2.

Dit geldt natuurlijk ook in de winter voor de informatie "maximum opladen".

Eventuele fouten:

Geen enkele van de kachels laadt nog op

In méér dan 95 % van de gevallen kan men dit probleem direct lokaliseren met de parameter "LA".  
In dit geval zal "LA" hoogstwaarschijnlijk op 22 staan (of op 0 ).
D.w.z. voor de EAC 4 bevinden we ons niet in de nachtperiode, dus geen oplading.

Alle kachels laden iets teveel of te weinig op

Dit kan men bijregelen met 2 parameters, ttz. Parameter  E1  en  E2.   

Parameter E1 is de instelling van de buitentemperatuur waarbij de EAC 4 de kachels informeert om maximum op te laden.  ( Bv. E1 = –10°C. Kachels worden maximum opgeladen bij –10°C. of nog kouder.)

Parameter E2 is de andere kant van de oplaadcurve, ttz. bij welke temperatuur ('s nachts) gaat de EAC 4 informeren wanneer men moet beginnen met opladen.  (Bv. E2 = +18°C  Indien de temperatuur 's nachts boven de  +18°C. is, zal er niets van oplading zijn.  Bij +17° +16°C. zal men beginnen met opladen.)

Dus E2 is het startpunt van oplading, E1 is het eindpunt - maximum oplading.

Alle kachels laden normaal op, behalve één die teveel oplaadt.

De stuurweerstand in de kachel op A1 / A2 is onderbroken.  Daardoor blijft de weerstand koud en dit heeft hetzelfde gevolg als wanneer er geen stuurspanning van de EAC 4 komt.

Eventuele controle door de eigenaar: men plaatst de oplaadthermostaat op pos. 1 (of 2)

Indien de kachel daarop normaal reageert ( kachel is niet meer maximum opgeladen ) dan is de stuurweerstand onderbroken.

Blijft de kachel daarentegen op positie 1 nog teveel opladen, dan is de oplaadthermostaat de oorzaak.